Wat is de synthese tussen natuurrecht en rechtspositivisme? - Chapter 1 (2022)

Wanneer kunnen we terecht ongehoorzaam zijn aan de wetten van de overheid? Deze vraag hangt samen met het onderscheid tussen een legaal rechtsysteem (tot stand gekomen via de regels van het recht), en een legitiem rechtsysteem. In de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring werd al verwezen naar 'hogere' rechten, die de autoriteit van de staat beperken. Wanneer de staat deze rechten schendt, mogen de burgers ongehoorzaam zijn. Ook wanneer de staat dingen van de burgers vraagt die zij moreel onacceptabel vinden, hoeven ze niet te gehoorzamen. Dit wordt al beschreven door Sophocles in zijn Antigone. Antigone besluit namelijk haar broer, in tegenstelling tot het bevel van de tiran Kreon, te begraven, omdat dit een bevel van Zeus was. Hoger recht kan er dus voor zorgen dat burgers ongehoorzaam zijn aan de staat. Dit wordt ook wel de goddelijke bevelstheorie van het recht genoemd: de goden hebben tijdloze morele voorschriften gegeven die boven alle andere menselijke regels staan. Dit biedt enerzijds een bescherming tegen tirannie en willekeur van de staat, anderzijds is het gevaar dat goddelijk, hoger recht vaak wordt misbruikt. Terroristen beroepen zich er bijvoorbeeld vaak op wanneer zij hun aanslagen plegen. Dit wordt ook wel theoterrorisme genoemd.

  • Wat zijn de wortels van het natuurrechtsdenken?
  • Welke kritiek is er op het natuurrechtsdenken gekomen?
  • Wat was de verdediging van de natuurrechtsdenkers?
  • Vormt cultuurrecht een synthese tussen natuurrecht en rechtspositivisme?
  • Moet het natuurrecht als toets voor het positieve recht dienen?
  • Conclusie
(Video) PUBLIC INTERNATIONAL LAW I - Chapter 1 Summary

Natuurrecht is een ander woord voor hoger recht. Dit recht bestaat op zichzelf als een verzameling metafysische ideeën die geen juridische vastlegging (van overheidswege) nodig hebben. Daarnaast is het onveranderlijk en geldt het altijd en overal. De inhoud van dit natuurrecht blijkt uit de menselijke natuur of de werkelijkheid, en is met de menselijke rede kenbaar. Positief recht (recht dat van overheidswege vastgelegd is in wetten) dat de toets aan het natuurrecht niet kan doorstaan, is niet geldig. Thomas van Aquino en William Blackstone waren twee typische natuurrechtsdenkers.

Plato en Aristoteles zorgden voor een filosofische ondergrond van het natuurrechtsdenken. Zij zagen een onderscheid tussen een perfecte 'ideeënwereld' en de wereld die door de menselijke zintuigen kenbaar is. Deze ideeën moeten aangenomen worden om de kenbare wereld te omschrijven (bijvoorbeeld: ik moet een bepaald idee van 'schoonheid' hebben om dingen 'mooi' te kunnen vinden). Daarnaast is deze kenbare wereld minder 'echt' dan de ideeënwereld. De kenbare wereld bevindt zich als het ware op een lager niveau van de werkelijkheid dan de ideeënwereld. Plato stelde verder dat de mens een bijzondere positie heeft, omdat hij zich op de scheidslijn tussen de twee werelden bevindt. Omdat de mens rationeel is, is hij zich bewust van zijn doel (de lex naturalis), aldus Thomas. Daarnaast bezit de mens vrijheid, wat betekent dat hij er vrijwillig voor kan kiezen zijn doel/roeping voorbij te gaan.

In het klassieke natuurrechtsdenken was teleologie erg belangrijk. Teleologie houdt in dat men denkt vanuit het doel van bepaalde zaken. Zo draagt een zaadje het idee van de boom die er uiteindelijk uit zal groeien in zich, omdat dit het doel van het zaadje is. Aristoteles en Thomas van Aquino stelden dat alle dingen een doel hadden. Zij beschouwden de natuur dus als een teleologisch, doelgericht geheel. Dit betekent wel dat er ook een God is, die de natuur op een intelligente wijze gemaakt heeft en bestuurt (lex aeterna). Wat is nu de inhoud van dit natuurrecht? Volgens Thomas is dit: Het zoeken naar de waarheid over God, het samenleven met anderen, het huwelijk tussen man en vrouw en het opvoeden van kinderen. Dit is het meest belangrijke en basale primaire natuurrecht. Het secundaire natuurrecht is onder andere te vinden in de Tien Geboden. Dit natuurrecht bestaat uit metafysische principes, omdat ze onafhankelijk van de menselijke ervaring (het menselijke positieve recht) via de ratio ontdekt kunnen worden.

(Video) Jurisprudence - 1| CS Executive | Siddharth Agarwal

Cicero was degene die de universele geldigheid in tijd en plaats en de eeuwige onveranderlijkheid van het natuurrecht het sterkst benadrukte. Betekent dit niet dat het positief recht nutteloos gemaakt wordt door het natuurrecht? Nee, aldus Thomas, omdat de algemene principes van het natuurrecht een praktische toepassing nodig hebben via het positieve (van overheidswege opgestelde) recht. Dit positieve recht moet vervolgens wel weer getoetst worden aan het natuurrecht, en als het de toets niet kan doorstaan, is het recht van de overheid geen recht en hoeven de burgers het dus niet te gehoorzamen.

Het klassieke natuurrechtsdenken is veel bekritiseerd. Allereerst omdat het idee van natuurrecht niet overeenkomt met de exacte wetenschappen die opbloeiden sinds de wetenschappelijke revolutie. Zo heeft de evolutietheorie van Darwin een andere verklaring voor de realiteit, zij is namelijk tot stand gekomen door natuurlijke selectie in plaats van het resultaat van een teleologische ordening. De kritiek op het natuurrecht leidde uiteindelijk tot een nieuwe stroming in het denken over het recht: het rechtspositivisme. Bij het rechtspostivisme draait het meer om de legaliteit dan om de legitimiteit van het recht. Hans Kelsen was een erg radicale rechtspositivist. Eén gevaar van het natuurrechtsdenken was volgens hem dat het gebruikt werd om politieke ideologieën op te leggen aan de rechtswetenschap. Rechtsnormen moeten juist gebaseerd zijn op andere, hogere rechtsnormen. Volgens Kelsen draait wetenschap om feiten en kennis. De wereld bestaat uit Sein en Sollen. De rechtswetenschap moet zich bezighouden met het Sein, omdat dit het domein van de feitelijke realiteit is. Bij het Sollen gaat het dan over normen. Bij de natuurrechtsdenkers worden deze twee domeinen met elkaar vermengd, omdat ze een feitelijke situatie (de natuur) door het teleologische denken tot een norm (Sollen) verheffen.

De tweede tegenwerping van Kelsen is dat het natuurrecht geen duidelijke stelregels oplevert waaraan we het positieve recht kunnen toetsen. Het levert slechts inhoudsloze stellingen op (Leerformeln), waarmee iedere willekeurige situatie kan worden gerechtvaardigd. Een stelling als 'ieder het zijne' heeft geen praktische inhoud. Het derde kritiekpunt van Kelsen is dat er nooit overeenstemming bereikt kan worden over de inhoud van het natuurrecht. Dus ook al zou het duidelijke normen opleveren, dan zou er nooit overeenstemming over deze normen kunnen worden bereikt. Dit omdat deze duidelijke normen volgens Kelsen allemaal subjectief en emotioneel gekleurd zijn. Er ontstaat pas behoefte aan gerechtvaardigheid wanneer mensen zich benadeeld voelen, dus als ze hun gelijk willen halen. Mensen kunnen dus niet op een rationele wijze tot legitieme, absolute doelen van het recht komen.

Natuurrechtsdenkers stellen dat zij niet de onterechte stap van Sein naar Sollen maken die Kelsen hen verweet. Onder andere Lon Fuller stelt dat rechtsystemen nu eenmaal aan bepaalde eisen moeten voldoen, wat echter niet betekent dat Sein en Sollen door elkaar gehaald worden. Zo moeten rechtsregels de vorm van algemene voorschriften hebben, moeten ze bij iedereen bekend en begrijpelijk zijn, betrekking hebben op toekomstige situaties (geen terugwerkende kracht), elkaar niet tegenspreken, haalbaar zijn, niet te vaak veranderen en doorgevoerd worden door de overheid. Wanneer een rechtsysteem op grote schaal niet aan deze eisen voldoet, is het volgens Fuller geen rechtsyssteem meer.

John Austin was één van de positivisten die natuurrechtsdenkers verweet dat zij het recht zoals het is en het recht zoals het zou moeten zijn, door elkaar haalden. Daarom was hij het oneens met Blackstone, die zei dat een wet die in strijd was met het natuurrecht, geen wet was. Volgens Austin blijft de wet van kracht, maar is er sprake van een immorele wet. De kritiek van de positivisten heeft echter twee problemen. Allereerst vooronderstelt zij dat het eenvoudig is om vast te stellen wat het positieve recht is zonder op het (speculatieve) terrein te komen van wat het positieve recht zou moeten zijn. Natuurrechtsdenkers stellen dat dit helemaal niet zo eenvoudig is: altijd is er bij de uitleg en toepassing van het recht door de rechter sprake van interpretatie. Altijd past de rechter het recht toe zoals hij denkt dat het zou moeten zijn. Zo is hij vergelijkbaar met een dirigent die 'zijn' interpretatie van een muziekstuk uitvoert omdat hij niet kan achterhalen wat 'dé' interpretatie van het muziekstuk is.

(Video) Hart - Concept of Law - Ch 2 (Summary of John Austin's Theory of Law)

De tweede problematische vooronderstelling van het rechtspositivisme is dat het natuurrechtsnormen bij voorbaat al beschouwt als morele oordelen. Dit betekent dat men alleen mee kan gaan in het rechtspositivisme als men bereid is deze vooronderstelling te aanvaarden. De natuurrechtsdenker is het echter fundamenteel oneens met deze vooronderstelling dat natuurrechtsnormen slechts morele oordelen zouden zijn. Hij ziet natuurrecht als hoger recht dat van God afkomstig is. Hierom is het logisch dat zij positief recht dat in strijd is met deze hogere rechtsnormen niet beschouwen als recht. Daarnaast is het onderscheid tussen Sein en Sollen relatief. Het recht is namelijk altijd mede bedoeld om het samenleven van mensen vorm te geven en te regelen. Dit betekent dat er bepaalde verwachtingspatronen aan het recht verbonden zijn.

Kelsens kritiek dat het natuurrechtsdenken slechts inhoudloze formules voortbrengt, lijkt meer hout te snijden. Mede daarom is Kelsen erg belangrijk geweest in het aangeven van de zwakheden van het klassieke natuurrechtsdenken. Het is echter de vraag of de kritiek van Kelsen soms ook niet te ver gegaan is. Hij verwacht namelijk een rationele exactheid die misschien goed past bij de natuurwetenschappen, maar niet bij het recht. De auteurs van het boek stellen daarom een alternatief natuurrecht voor, waarbij de fouten van het klassieke natuurrechtsdenken vermeden worden maar er toch een diepere fundering van het recht mogelijk is. Om dit te bereiken worden rechtsnormen niet afgeleid van de feitelijke toestand en wordt gestreefd naar een meer concrete fundering voor het positieve recht dan de abstracte, metafysische aannames van het klassieke natuurrecht. Daarnaast wordt het natuurrecht niet meer rationeel gefundeerd, maar traditioneel.

Onder anderen Perelman en Hayek hebben op bovenstaande manier aangetoond dat het mogelijk is om tot een normatieve fundering van het recht te komen. Ook in de rechtspraktijk zijn hier aanwijzingen voor te vinden, bijvoorbeeld bij oorlogstribunalen die sinds de Tweede Wereldoorlog steeds vaker een beroep gedaan hebben op algemene normen die door alle beschaafde volken worden gedeeld. Deze normatieve fundering bestaat dus uit juridische principes (bijvoorbeeld: iets is alleen strafbaar wanneer het in de wet als strafbaar aangegeven staat) en bepaalde fundamentele (mensen)rechten. Deze normatieve fundering is gematigd, omdat zij vooral bestaat uit een overeenstemming tussen de Westerse constituties en de praktijk van Westerse staten. Om het verschil met het natuurrecht aan te geven, wordt daarom ook wel gebruik gemaakt van de term cultuurrecht.

Het cultuurrecht neemt dus een tussenpositie in tussen het klassieke natuurrechtsdenken en het harde positivisme van Kelsen. Friedrich Hayek was een belangrijke behartiger van dit cultuurrecht. Hij hecht veel waarde aan de spontane juridische ordening van de wereld zoals die in de loop van de geschiedenis ontstaan is. Lang niet alles in deze ordening is volledig rationeel herleidbaar, maar is het resultaat van bepaalde menselijke gewoonten en opvattingen. Volgens Hayek is een compleet rationele ordening van de samenleving ook helemaal niet nodig. Dit betekent dat de juridische ordening van de wereld helemaal niet het resultaat is van een rationele planning (zoals Kelsen graag zou zien), maar ook niet het gevolg van een vooraf bepaald, allesoverkoepelend en volgens de critici willekeurig, natuurrecht. Hayek pleitte namelijk voor een middenweg tussen deze twee uitersten. Deze middenweg wordt ook ingenomen ten aanzien van de rol van de rede. Het klassieke natuurrechtsdenken stelde dat het natuurrecht door middel van de rede kenbaar was. Kelsen kwam hiertegen in verzet. De cultuurrechtsdenkers stellen dat de menselijke rede altijd het resultaat is van een bepaalde culturele ontwikkeling. Uiteindelijk kan een gemeenschap van mensen daarom na verloop van tijd komen tot cultuurrecht, iets wat één individueel mens niet kan. Onder andere David Hume benadrukte dat een gemeenschap van mensen in een lange tijdsperiode cultuurrecht kan bereiken.

Hoe wenselijk is het dat wetten worden getoetst aan natuurrecht? En wat gebeurt er met deze wetten wanneer zij in strijd blijken te zijn met het natuurrecht? Na de Tweede Wereldoorlog werd dit een concreet probleem, omdat rechters moesten bepalen of de wetten die de Nazi's maakten, recht waren. Dit Nazi-recht had mensen namelijk vaak aangezet tot immorele daden, die voor de Nazi-tijd verboden waren. Uiteindelijk kozen de rechters ervoor om het Nazi-recht alle gelding te ontzeggen vanwege de inhoud ervan. Deze beslissing werd mede veroorzaakt door de invloed van Gustav Radbruch. Aanvankelijk was hij een rechtspositivist, maar na de Tweede Wereldoorlog zag hij in dat het rechtspositivisme ervoor had gezorgd dat het Duitse recht weerloos was tegenover de Nazi-ideologie. Er bestaat een punt waarop rechters gelding aan een wet mogen ontzeggen, omdat deze wet strijdt met hogere principes van menselijkheid en rechtvaardigheid. Hij is echter niet duidelijk over wanneer dit precies is geoorloofd. Uiteindelijk komt hij hierom dicht bij het cultuurrechtsdenken uit. H.L.A. Hart verdedigde vervolgens het rechtspositivisme tegenover de kritiek van Radbruch. Harts belangrijkste weerwoord was dat de scheiding tussen Sein en Sollen die kenmerkend is voor het rechtspositivisme nog niet hoeft te betekenen dat men duidelijk onrechtvaardige wetten ook moet uitvoeren. Deze wetten blijven nog steeds recht, maar er bestaat dan een verplichting om ongehoorzaam te zijn. Hij vond dan ook dat de Duitse oorlogsmisdadigers alleen gestraft konden worden als er een wet werd doorgevoerd die met terugwerkende kracht het Nazi-recht ongedaan maakte. Later kwam er ook kritiek op Radbruchs standpunt dat het rechtspositivisme in Duitsland verantwoordelijk was voor het Nazi-regime. Ook in Engeland was er namelijk een sterke rechtspositivistische school en een kleine fascistische beweging, maar daar kwam het nooit zover als in Duitsland.

Is onrechtvaardig recht nu recht? Volgens rechtspositivisten is dit het geval. In de rechtspraktijk geldt echter dat recht dat tegenstrijdig is aan hoger recht, geen recht is. In de Verenigde Staten kan het Congres alleen maatregelen nemen die overeenstemmen met de Constitutie. Het Congres kan zo alleen werken binnen de grenzen van de Constitutie, die door het volk opgesteld is. Wanneer deze redenering toegepast wordt op het natuurrechtsdenken, is het helemaal niet zo gek dat natuurrechtsdenkers stellen dat recht dat in strijd is met het natuurrecht geen recht is.

Dit hoofdstuk heeft de basisprincipes van het natuurrechtsdenken beschreven, zoals het begon bij Thomas van Aquino die zich weer deels op Plato baseerde. Vervolgens was er de kritiek van Kelsen, die de zwakke plekken van het klassieke natuurrechtsdenken liet zien. Dit leidt (voor sommige rechtswetenschappers) tot een middenweg tussen natuurrechtsdenken en rechtspositivisme, namelijk het cultuurrecht. Het recht is hierbij het resultaat van een historische, culturele ontwikkeling. Dit cultuurrecht geldt minder sterk dan het natuurrecht, maar kan toch gelden als een toets voor het positieve recht.

FAQs

Wat houdt Rechtspositivisme in? ›

Rechtspositivisme is een rechtsfilosofie die geldend recht ziet als de veranderlijke wet- en regelgeving die is uitgevaardigd door de overheid, zonder een noodzakelijk verband met moraal. Daarmee staat het tegenover de natuurrechtsleer dat uitgaat van onveranderlijk recht dat van nature gegeven zou zijn.

Wat is het natuurrecht? ›

Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de 'natuur' zijn gegeven. Natuurrechten zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.

Waarom rechtspositivisme? ›

Het doel van rechtspositivisten is het geven van een niet normatieve omschrijving van het recht. Daarnaast veronderstellen zij dat dit ook wenselijk is om te doen. Je moet je namelijk alleen focussen op de structurele eigenschappen en jezelf niet in kwesties inzake legitimiteit betrekken.

Wat heeft recht met rechtvaardigheid te maken? ›

In het recht speelt rechtvaardigheid met name een rol op twee gebieden, namelijk in de rechtsfilosofie en in de rechtspraak: In de rechtsfilosofie is een belangrijke vraag die naar de relatie tussen recht en rechtvaardigheid, oftewel de vraag naar waarom men rechtsregels behoort na te leven.

Wat bepaalt de ethiek? ›

In de ethiek vraagt de filosoof zich af wat de uiteindelijke norm is voor het menselijk handelen. Hoewel in de omgangstaal 'ethisch' in de betekenis van 'moreel' wordt gebruikt, gaat het om twee verschillende gebieden: 'moraal' is het zedelijk handelen zelf, terwijl ethiek de studie ervan is.

Wat is recht Volgens hart? ›

Harts rechtspositivisme en de The Concept of Law (1961)

Austin stelt dat recht bestaat uit bevelen van de soeverein die worden afgedwongen door de dreiging van straf. Volgens Hart kan het recht beter in termen van regels dan van bevelen omschreven worden.

Waar staat John Locke voor? ›

Invloed. John Locke schreef ooit dat mensen samen een maatschappij vormen, als een sociaal contract dat op vrijwillige basis gesloten wordt. Dit was volgens hem geen contract tussen de regering en geregeerden, maar tussen vrije mensen onderling, op basis van gelijkwaardigheid.

Waarom scheiding recht en moraal? ›

Scheiding moraal en recht

De scheiding van het recht en de moraal wordt vaak in verband gebracht met het Nazisme tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat door het rechtspositivisme en die scheiding, mensen zo makkelijk de wetten van Hitler uitvoerden.

Wat is het positieve recht? ›

Het positief recht - ook wel vigerend recht of objectief recht genoemd - is het recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats geldt. Zo is het recht dat vandaag in België of Nederland van kracht is, het Belgische of Nederlandse positief recht.

Wat is de Scheidingsthese? ›

Tot slot is er de scheidingsthese, die inhoudt dat recht en moraal conceptueel te onderscheiden zijn (cf. randnr. 84). Deze these kan radicaal ingevuld worden, d.i. door recht volledig los te koppelen van moraal.

Welke norm hoort bij rechtvaardigheid? ›

Normen die bij rechtvaardigheid passen zijn: Je moet naar eer en geweten handelen (gewetensvol en consciëntieus) Je moet mensen een gelijke behandeling geven (respectvol, gelijkwaardig, eerlijk) Je moet medewerkers op de werkvloer objectief beoordelen.

Wat is zorgethiek in de zorg? ›

De zorgethiek is een stroming binnen de ethiek, die de zorg van mensen voor elkaar centraal stelt, en - meer in praktische zin, die zich op de zorg richt, bijvoorbeeld in ziekenhuizen en in het welzijnswerk.

Welke vormen van rechtvaardigheid bestaan er? ›

Er zijn sociale, politieke, economische, morele, juridische en andere vormen van rechtvaardigheid. Rechtvaardigheid heeft twee hoofdbetekenissen: Een eerlijke verdeling van rijkdom en voorzieningen, bescherming tegen uitbuiting en onderdrukking.

Wat is een ethiek voorbeeld? ›

Ethiek betekent dat je nadenkt over moraal, morele problemen en morele dilemma's. Een ethisch vraagstuk is bijvoorbeeld: mag abortus? Ook euthanasie heeft veel ethische kwesties in zich. Euthanasie is het opzettelijk beëindigen van een mensenleven, als het leven niet meer draaglijk is.

Wat wordt er bedoeld met ethiek? ›

Ethiek is het geheel van gedachten over en visies op de gedragsregels die mensen tegenover elkaar en tegenover de natuurlijke omgeving in acht moeten nemen. De ethische regels kunnen heel strikt en dwingend zijn, zoals in het fundamentalisme, maar ook veel minder nauw omschreven.

Wat is goed ethiek? ›

De vier belangrijkste deugden van de deugdethiek zijn: wijsheid, rechtvaardigheid, moed en zelfbeheersing.

Wat zijn secundaire regels? ›

Secundaire regels zijn regels over regels. Zij dienen te worden onderscheiden van primaire regels, zoals de eerder genoemde regel over het verbod op gebruik van geweld. Deze regels stellen vast wat we wel en niet mogen doen.

Wat is de relatie tussen recht en moraal? ›

Relatie met het recht: Bijv. appen op de fiets Moraal is dus belangrijk bij het tot stand komen van het recht.  kan beschrijven wat (intuïtieve) morele oordelen zijn; Een oordeel is een moreel oordeel dat kant en klaar staat in je bewustzijn zonder dat je erover na hoeft te denken en voordat je erover nagedacht hebt.

Wat is een Rechtsfilosofisch onderzoek? ›

In haar onderzoek en onderwijs richt de vaksectie Rechtsfilosofie zich op drie belangrijke thema's: rechtvaardigheid, democratie en rechtsstaat. Niet alleen de nationale rechtsorde wordt bestudeerd maar ook de internationale en mondiale orde.

Waarom is John Locke bekend? ›

John Locke is een belangrijke filosoof van de Verlichting en wordt beschouwd als vader van het liberalisme. Samen met George Berkeley en David Hume behoort hij tot het Britse empirisme, dat traditioneel tegenover het continentale rationalisme staat.

Welk geloof had John Locke? ›

De vader van de Engelse Verlichting, John Locke, was een christen met deïstische gedachten. Locke trachtte de essentie van zijn geloof samen te brengen in twee elementaire waarheden. John Locke zag Jezus als verlosser en vond dat de mens in harmonie met de leer van God diende te leven.

Wat zijn de Natuurrechten van Locke? ›

John Locke's Second Treatise of Government

Die aangeboren, natuurlijke rechten definieert hij als de rechten waarop alle mensen van nature, in gelijke mate aanspraak hebben zoals het recht op leven, vrijheid en bezittingen (“life, liberty and estate”).

Waaruit bestaat positief recht? ›

'Positief recht' is het geheel van rechtsregels die op een bepaalde tijd en plaats gelding hebben en verbindend zijn voor diegenen tot wie de regels zich richten, of men het er nu mee eens is of niet. 'Ideaal recht' is het geheel van rechtsregels die men zich zou wensen in een perfecte wereld.

Wat is recht Volgens hart? ›

Harts rechtspositivisme en de The Concept of Law (1961)

Austin stelt dat recht bestaat uit bevelen van de soeverein die worden afgedwongen door de dreiging van straf. Volgens Hart kan het recht beter in termen van regels dan van bevelen omschreven worden.

Wat is het positieve recht? ›

Het positief recht - ook wel vigerend recht of objectief recht genoemd - is het recht dat op een bepaald tijdstip en op een bepaalde plaats geldt. Zo is het recht dat vandaag in België of Nederland van kracht is, het Belgische of Nederlandse positief recht.

Wat zijn positieve en negatieve rechten? ›

De meeste verdragsrechten zijn geformuleerd als negatieve verplichtingen; bij positieve verplichtingen moeten de autoriteiten van de staat juist actief maatregelen treffen om de rechten uit het verdrag te waarborgen.

Wat zijn de functies van het recht? ›

De belangrijkste functies zijn wetgeving, bestuur en rechtspraak. Wetgeving is het vaststellen van algemene regels. Alle regels moeten gerealiseerd worden. Dit houdt in: uitvoeren en toepassen.

Wat is een Bevoegdheidsverlenende norm? ›

Bevoegdheidsverlenende normen De bevoegdheidsverlenende norm verdeelt de macht over de staatsorganen. Vooral bij bestuursorganen en de rechter is het heel belangrijk dat deze bevoegdheden zo duidelijk mogelijk zijn vastgelegd om willekeur en aantasting van de rechtszekerheid te voorkomen.

Wat is een negatief recht? ›

intellectueel eigendomsrecht (octrooirecht) - recht waarbij een octrooihouder slechts tijdelijk kan verhinderen dat derden een uitvinding voor commerciële doeleinden (gebruik voor experimentele doeleinden is toegelaten) gebruiken.

Wat zijn secundaire regels? ›

Secundaire regels zijn regels over regels. Zij dienen te worden onderscheiden van primaire regels, zoals de eerder genoemde regel over het verbod op gebruik van geweld. Deze regels stellen vast wat we wel en niet mogen doen.

Wat is de relatie tussen recht en moraal? ›

Relatie met het recht: Bijv. appen op de fiets Moraal is dus belangrijk bij het tot stand komen van het recht.  kan beschrijven wat (intuïtieve) morele oordelen zijn; Een oordeel is een moreel oordeel dat kant en klaar staat in je bewustzijn zonder dat je erover na hoeft te denken en voordat je erover nagedacht hebt.

Wat is een Rechtsfilosofisch onderzoek? ›

In haar onderzoek en onderwijs richt de vaksectie Rechtsfilosofie zich op drie belangrijke thema's: rechtvaardigheid, democratie en rechtsstaat. Niet alleen de nationale rechtsorde wordt bestudeerd maar ook de internationale en mondiale orde.

Wat is een gecodificeerd? ›

staatsrecht: opname van rechtsregels in wetboeken.

Wat is het verschil tussen objectief en subjectief recht? ›

Objectief recht is het geheel van rechtsregels en normen, zoals die voortvloeien uit wetgeving, rechtspraak en gewoonten. Het begrip subjectief recht kan worden omschreven als een in het rechtssysteem erkende bevoegdheid om naar eigen goeddunken bepaalde handelingen te stellen.

Is kiesrecht een klassiek grondrecht? ›

Er zijn 2 soorten grondrechten: Klassieke grondrechten: de burgerlijke en politieke rechten. Dit zijn onder andere het kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, recht op privacy, godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod. Sociale grondrechten: de economische, sociale en culturele rechten.

Wat valt er onder vrijheid? ›

Er is persoonlijke, intellectuele, politieke en academische vrijheid. Tot de vrijheidsrechten behoren die op vrijheid van geweten, godsdienst, meningsuiting, vereniging en drukpers. Men is vrij in de keuze van geloof, opvoeding (ouderlijke macht), werk, partner voor een huwelijk, enzovoort.

Wat betekent vrijheid voor de mens? ›

Vrijheid is de mogelijkheid om naar eigen wil te handelen. In maatschappelijke zin behelst het de mogelijkheid van groepen en individuen om deel te nemen aan het maatschappelijke, economische en politieke verkeer.

Wat hebben vrijheid en veiligheid met elkaar te maken? ›

Eenieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn persoon. De rechten van artikel 6 corresponderen met de rechten die in artikel 5 van het EVRM zijn gewaarborgd en hebben overeenkomstig artikel 52, lid 3, van het Handvest dezelfde inhoud en reikwijdte.

You might also like

Latest Posts

Article information

Author: Aron Pacocha

Last Updated: 07/20/2022

Views: 6438

Rating: 4.8 / 5 (68 voted)

Reviews: 83% of readers found this page helpful

Author information

Name: Aron Pacocha

Birthday: 1999-08-12

Address: 3808 Moen Corner, Gorczanyport, FL 67364-2074

Phone: +393457723392

Job: Retail Consultant

Hobby: Jewelry making, Cooking, Gaming, Reading, Juggling, Cabaret, Origami

Introduction: My name is Aron Pacocha, I am a happy, tasty, innocent, proud, talented, courageous, magnificent person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.